Gedragscode tussen kredietinstellingen en bankagenten voortaan afdwingbaar

 

Op 21 maart keurde het parlement unaniem het wetsvoorstel goed dat een betere bescherming biedt aan zelfstandigen en kmo’s in het kader van de onderlinge betrekkingen tussen ondernemingen. De wet voegt een aantal bepalingen die de oneerlijke handelspraktijken en misbruik van economische afhankelijkheid bestrijden toe aan het Wetboek Economisch Recht . Het niet-naleven van verplichtingen opgenomen in een sectorale gedragscode wordt zo in de wet als een misleidende marktpraktijk aanzien. Dit betekent dat de gedragscode tussen kredietinstellingen en bankagenten die sedert 1 januari 2018 in werking is getreden voortaan afdwingbaar wordt.

 

In de betrekkingen tussen ondernemingen onderling worden steeds vaker – als gevolg van ongelijke verhoudingen tussen de diverse marktspelers – aan een contracterende partij contractuele voorwaarden opgelegd die het juridisch evenwicht tussen de rechten en verplichtingen ten aanzien van deze partij verstoren. Daarom bepaalt de wetgever welke bedingen in overeenkomsten tussen ondernemingen onrechtmatig zijn en dus verboden en nietig zijn. Zo is bijvoorbeeld elk beding dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen onrechtmatig. Ook onrechtmatig is bijvoorbeeld het beding dat in geval van niet-uitvoering van verbintenissen schadevergoedingsbedragen vaststelt die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming wordt geleden. Helaas zijn deze bepalingen niet van toepassing op lopende overeenkomsten, ondanks lobbywerk van BZB-Fedafin op dit punt. Ook treden ze pas anderhalf jaar na publicatie van de wet in werking.

Even belangrijk is dat de bepalingen inzake oneerlijke marktpraktijken ten aanzien van kmo’s fors worden uitgebreid. Daaronder valt zoals hierboven beschreven de niet-nakoming door de onderneming van verplichtingen opgenomen in een sectorale gedragscode. Ook bijvoorbeeld wordt het misleidend weglaten van essentiële informatie die een onderneming nodig heeft om een overeenkomst te sluiten, verder te zetten of ervan af te zien als een misleidende marktpraktijk beschouwd. Goed nieuws is dat deze bepalingen reeds drie maanden na publicatie van de wet in werking treden.

Ten slotte wordt ook misbruik van economische afhankelijkheid bestraft. De Belgische Mededingingsautoriteit wordt aangeduid om te kunnen optreden tegen ondernemingen die een economische afhankelijkheid misbruiken tegenover andere ondernemingen. BZB-Fedafin onderzoekt de precieze gevolgen van deze bepalingen en de mogelijkheden om deze te gebruiken in geval van eventueel misbruik van economische afhankelijkheid van de bank- en verzekeringsagenten door de kredietinstellingen en verzekeraars. De wet is wat betreft deze bepalingen pas één jaar na publicatie van toepassing.

Hoe kunnen zelfstandigen en kmo’s naleving van deze regels afdwingen?

Zij hebben nu de mogelijkheid om voor de gewone rechtbanken een vordering tot staking in te stellen. Daarenboven zijn de voor Economie en Middenstand bevoegde ministers gemachtigd om tegen dergelijke oneerlijke handelspraktijken tussen ondernemingen een vordering tot staking in te stellen.

Wat betekent dit voor de zelfstandige financiële tussenpersonen?

In het kader van de relatie tussen bank- en verzekeringsagenten en hun principaal is deze wetgeving meer dan ooit relevant. De zelfstandige agenten verkeren door een combinatie van wetgeving en contracten in een zowel juridische als economisch afhankelijke positie. Het hoeft geen betoog dat we als beroepsvereniging vaak worden geconfronteerd met situaties die wij als misbruik van die positie van economische afhankelijkheid beschouwen.  De gedragscode tussen kredietinstellingen en zelfstandige bankagenten die in 2017 gesloten werd tussen BZB-Fedafin en Febelfin, was een eerste stap om hier iets aan te doen.

De beroepsvereniging krijgt door deze wet meer tools om de belangen van de zelfstandige financiële tussenpersonen te verdedigen. We brengen nog even in herinnering dat sedert vorig jaar een groepsvordering door zelfstandigen en kmo’s mogelijk is en dat BZB-Fedafin door de minister erkend werd als groepsvertegenwoordiger om een eventuele groepsvordering te kunnen instellen.